Print article"VROUWEN EN MANNEN ZIJN GELIJKWAARDIG"
DOOR
DURGA DEVI MATAJI, SRI LANKA

(gepubliceerd in het Tamil-tijdschrift "Gokulam Kadir" in november 2000)

Durga Devi Mataji in the Sri Premananda Ashram

Ik was lerares Engels en had al vele jaren in het buitenland gewerkt. Swamiji’s dienstverlening aan de armen en hulpbehoevenden sprak me aan en ik begon zijn Ashram in mijn geboortedorp Matale in Sri Lanka te bezoeken. Toen hij in 1984 naar India, het land van onze voorouders verhuisde, ging ik met hem mee. Hij bracht de Ashram in Fatimanagar tot bloei. Swamiji gelooft dat vrouwen over een groot vermogen beschikken om zich spiritueel te ontwikkelen. Hij wijdde zeven vrouwen tot sannyasin, het leven van zelfverloochening en dienstverlening. Hij benoemde een vrouw tot Presidente van onze Ashram. We worden Mataji’s genoemd (Eerwaarde Moeders). De belangrijkste werkzaamheden in de Ashram werden aan ons en aan andere vrouwen die zich dienstbaar maakten, toegewezen.

De Ashram kende een bloeiperiode als gerenommeerd centrum voor spiritualiteit en dienstverlening, toen de kranten allerlei leugens en verzonnen verhalen over Swamiji publiceerden. Hij werd gearresteerd en gevangengezet. Dit alles bezorgde de Ashram een heel slechte reputatie en de media deed de mensen geloven dat de roddels op waarheid berustten. De Ashram bleef enkele maanden onder politiecontrole en die stuurde werkkrachten en andere volgelingen die hier hun diensten verleenden, weg. Ze zeiden dat ze de Ashram zouden sluiten.

Er waren (en zijn nog altijd) honderden arme kinderen hier. Onze financiële middelen om deze grote instelling te runnen werden bevroren en de rijstrantsoenen gestopt. Met veel moeite gebruikten wij vrouwen al onze vindingrijkheid om voldoende voorraden bij elkaar te krijgen voor iedereen in de Ashram en om ervoor te zorgen dat het de kinderen niet aan elementaire dingen ontbrak, zoals groenten, zeep, olie, enz. We namen de bus om al deze spullen te halen en de mensen zinspeelden op een buitengewoon ordinaire manier op onze aanwezigheid. Ze herkenden ons aan onze sannyas-kleding en omdat we vroeger welbekend waren om onze spirituele dienstverlening. We hielden ons sterk en zetten onze dienstverlening voort in de wetenschap dat Swamiji onschuldig is en dat wij eerlijk en oprecht zijn. We putten veel troost en vastberadenheid uit de dagelijkse abishekams in onze tempel, die we nooit overslaan. In tegenstelling tot vele andere Ashrams in India, zijn het hier de vrouwen die de religieuze zaken behartigen. Wij vrouwen verzorgen elk aspect van de organisatie van dit spirituele centrum.

Op het terrein van de Ashram staan 70 gebouwen. Ik nam de volledige supervisie van de reparaties op mij, ook al had ik geen enkele ervaring hierin. Op dezelfde manier zorgden wij vrouwen voor de landbouw, beheerden onze school voor kinderen van de 1ste tot de 10de klas, voor zowel de bereiding als de aankoop het voedsel, voor allerlei officiële formaliteiten, voor spirituele publicaties, voor de verzorging van de kleine kinderen en we beheerden zelfs een grote koeienstal en hadden nog vele, vele andere taken. Onze buitenlandse vrouwelijke volgelingen leerden klassieke Indiase kunsten om zo de kinderen te stimuleren en met veel toewijding verrichten ze prachtige puja’s.

Wij leiden de Ashram op dezelfde manier als toen Swamiji hier nog was. We vergaderen vaak en er is een zeer goede onderlinge communicatie. De taken worden regelmatig opnieuw verdeeld, zodat we een goed, allround managementteam hebben. Zo leren we meer nieuwe vaardigheden en kunnen we alle situaties het hoofd bieden. Samen organiseren we de religieuze festiviteiten op de traditionele manier. We vieren hindoeïstische, christelijke, boeddhistische en islamitische feesten. Onze gebruiken zijn universeel. We hebben geleerd geduldig en verdraagzaam te zijn. Door ons eigen lijden konden we andere mensen in nood beter helpen.

We vinden onze inspiratie in onze goeroe en in ons hart dat toegewijd is aan spiritualiteit en dienstbaarheid. Onze motivatie putten we uit de dienstverlening aan onze 450 kinderen en aan volgelingen die steun zoeken. Ook al hebben we vele obstakels en hindernissen op ons pad van dienst en devotie het hoofd moeten bieden, we zijn er sterker en vastberadener door geworden.

Zoals de grote Bharatiyar zei: “Vrouwen zouden gelijkwaardig moeten zijn aan mannen.” En ik zeg met trots dat in deze unieke plaats, de Sri Premananda Ashram, zijn ideaal bewaarheid werd.