HET GODDELIJKE ONTHEILIGEN
DOOR SWAMI DURGANANDA,
SRI LANKA

Swami Durgananda, Sri
Premananda Ashram 2003
Toen ik Swami Premananda in het begin van de jaren tachtig ontmoette - ik was toen zakenman – was ik nog flink verwikkeld in wereldse aangelegenheden. Toch raakte ik omstreeks die tijd ook geïnteresseerd in iets meer dan alleen maar een normaal leven, zoals velen dat leiden tot het einde toe. Destijds las ik gretig alles wat ik te pakken kon krijgen over de belangrijkste religies en ook over de minder bekende stromingen, zoals Zen, de leer van Zoroastra, Sjamanisme, Soefisme, enz. Ik was ook al eerder in India geweest en had enige tijd doorgebracht in verschillende ashrams. De grote zielen die in deze ashrams leefden spraken vrijuit over “dat andere” in het leven en noemden het soms het “hogere leven” dat mensen konden leiden, als ze maar wilden.
Alle Grote en Verheven Wezens uit het verleden, in wiens navolging bijna alle grote religies zijn ontstaan, spraken echter over het celibaat als een absoluut en noodzakelijk vereiste om deze “hogere staat” in het leven te kunnen ervaren. Wat het celibaat betreft was er absoluut geen compromis mogelijk, want sensueel genoegen is een van de belangrijkste zaken die men achter zich moet laten om de “hogere staat” van het leven te kunnen ervaren. Dit was echter allemaal enkel theorie en had daarom weinig betekenis voor mij. Dit ideaal nastreven leek een heel grote uitdaging. Maar daar bleef het dan ook bij.Om zo’n intiem en persoonlijk aspect van iemand te leren kennen, moet je heel vertrouwelijk met die persoon omgaan. Zomaar oordelen aan de hand van wat je oppervlakkig ziet zou bedrieglijk kunnen zijn. Het zou slechts kunnen zijn, wat de waarnemer graag wil zien. Maar hier is de volgende vraag belangrijk: steunt wat je graag wilt zien op feiten in het echte leven, of op datgene wat iemand anders je voorstelt om na te volgen – in positieve of in negatieve zin.
Het zou veel geduld en begrip vergen om in zo’n persoonlijk domein van iemands leven te delven. Dit nalaten zou onvermijdelijk tot zeer verkeerde en zeer onterechte conclusies leiden. Swami Premananda was zo iemand, die verkeerd en onterecht veroordeeld werd zonder enig echt onderzoek.
In zijn geval werd geen enkel onderzoek verricht, of zelfs maar iets dat op een onderzoek leek. Als er ook maar enig onpartijdig en onbevooroordeeld onderzoek verricht zou zijn, dan zou de feitelijke waarheid bekend zijn geworden en in de ogen van de mensen zou Swamiji nog meer in achting zijn gestegen dan destijds al het geval was. Als hij door een rechtbank was veroordeeld en beschuldigd van het tegendeel, dan moest het bewijsmateriaal dat tot zijn veroordeling leidde, onvermijdelijk wel vals en verzonnen zijn. Ik zal uitleggen waarom het bewijsmateriaal wel verzonnen moet zijn. Deze gevangenneming en wandaden gepleegd door de media, hebben een toegewijd geestelijk leider een slechte naam bezorgd en het Goddelijke onteerd.De eerste jaren bij Swami Premananda
Ik ken Swami Premananda al sinds de vroege jaren tachtig en ik ben zeer vertrouwelijk met hem omgegaan – niet zomaar voor een paar weken of maanden, maar gedurende een aantal jaren. Sinds ik in de Ashram ging wonen heb ik dag in dag uit met hem geleefd en vaak deelden we dezelfde kamer. Op andere momenten had ik een kamer naast die van hem en het was niet mogelijk dat iemand zijn kamer binnenkwam zonder dat ik het wist.
Ik was destijds de enige in de Ashram die, werelds als ik was, vol twijfel en achterdocht zat over het reilen en zeilen aldaar en ik was erop gebrand om te weten of er dingen gebeurden die niet door de beugel konden. Omdat ik zeer grondig te werk ging in mijn onderzoek - dwaas als het was, vertelde ik dit zelfs aan Swamiji. Ik zei ook, dat als bleek dat hij een bedrieger was, ik dit onvervaard aan de hele wereld bekend zou maken. Het ging me niet alleen om ongehoorde intimiteiten, maar ik wou ook heel graag weten of de materialisaties die hij zo moeiteloos verrichtte, wel authentiek waren.
Tot mijn grote verbazing riep hij onmiddellijk de andere bewoners van de Ashram bijeen en in mijn bijzijn deelde hij hen mee dat het mij werd toegestaan om overal rond te kijken, op elke plaats, op elk moment en zo vaak als ik maar wilde. Zo gaf hij mij de volledige vrijheid om mijn twijfels uit de weg te ruimen. Hierna ben ik zeer grondig te werk gegaan om alles en iedereen te controleren, zonder dat iemand in de Ashram het in de gaten had.
Als bedrijfsaccountant was ik erin getraind om zaken door te lichten. Bovendien stond ik aan het hoofd van een organisatie met meer dan 800 werknemers en 25 kaderleden. Dus ik wist best hoe ik een controle moest uitvoeren en geloof me, ik heb het heel grondig gedaan.
Ik heb niet één enkele keer iets ongebruikelijks kunnen ontdekken, of het vermoeden gehad dat er ook maar iets niet in orde was. Al spoedig schaamde ik me over mijn houding en gedrag, dat ik als zeer dwaas beschouwde. Maar wat had ik anders moeten doen? Ik moest het weten en hij stond dat toe zonder iets achter te houden.
Er woonden toen, naast ongeveer honderd jongens en meisjes, zowel mannen als vrouwen in de Ashram. Maar slechts enkele vertrouwelingen mochten Swamiji’s persoonlijke leefruimte betreden. Dit was echter niet meer dan een handjevol mensen: twee mannen en twee vrouwen. Al vanaf het begin was het mij overduidelijk dat, ook al ging Swamiji zeer persoonlijk met iedereen om, ook met de vrouwen, er geen enkele vorm van intimiteit of seksueel contact bestond tussen Swamiji en de vrouwen en ook niet tussen de andere inwoners van de Ashram onderling.
Het is niet moeilijk om vast te stellen of er ook maar een zweem van een intieme relatie, en in het bijzonder een seksuele relatie, bestaat tussen twee mensen. Elke volwassene merkt dit meteen. Twee mensen die zo’n relatie hebben, verraden al snel - bewust of onbewust - de intieme aard ervan door de manier waarop ze zich gedragen en met elkaar omgaan in gezelschap. Wat ik in de Ashram zag tussen Swami en de anderen, met inbegrip van de vrouwen, was meer een zakelijke relatie zoals die bestaat tussen mensen die elkaar goed kennen, zoals in een gezin. Of meer als een werkrelatie, maar dan met een zekere ondertoon van genegenheid voor elkaar.
Iedereen in de Ashram zag Swamiji als een zorgzame vaderfiguur. In die rol was hij geliefd en werd hij gerespecteerd, niet alleen door de bewoners van de Ashram maar ook door alle mensen die hierheen kwamen om hem te bezoeken. Mensen van alle rangen en standen, ongeacht hun etnische achtergrond of religie en afkomstig uit heel Sri Lanka, kwamen naar de Ashram om Swamiji te ontmoeten. Daarom vinden degenen die Swamiji echt kennen, het volkomen onmogelijk en ondenkbaar om de absurde beschuldigingen tegen Hem te geloven.
Swamiji is een prachtig voorbeeld van onbaatzuchtige liefde. Hij moedigde ons vurig aan om ook zo’n zuivere en hoge geestelijke staat te ontwikkelen. In die tijd was ik, gewend als ik was aan een zeer wereldse manier van leven, de enige in de Ashram die in dit opzicht een ‘vreemde eend in de bijt’ was. Ik moet toegeven dat ik me absoluut niet op mijn gemak voelde en dat ik me er zelfs voor schaamde dat ik de enige leek te zijn met een wereldse achtergrond en de daarbij behorende (zo niet negatieve) gedachten had. Ik vertelde Swami over mijn dilemma. Heel vriendelijk en vol begrip en eerder als heel goede vriend en broer dan als een leraar, gaf hij mij advies over voedsel, slapen, baden, meditatie, met wie om te gaan, enz. om een hogere geestestoestand te bereiken. Dit was nog maar het begin van de discipline die men nodig heeft om dat hachelijke en moeilijke ‘bergpad’ te beklimmen. Al gauw nadat ik met Swamiji gesproken had stelde ik echter vast dat ik, zolang ik in de Ashram verbleef, het niet zo moeilijk vond om mijn geest vrij van sensuele gedachten te houden. Ik wilde deze levensweg, die het celibaat als eerste vereiste stelt, heel graag volgen. Het fantastische gezelschap van iemand die deze levenswijze belichaamde, was voor mij de pijler en inspiratiebron om deze anders onvoorstelbare en ontmoedigende taak op me te nemen. Swamiji wees ons de weg en iedereen die met Hem samenleefde volgde zijn voorbeeld zonder ogenschijnlijke moeilijkheden.
Trouwens, van 4.30 in de ochtend tot ongeveer 9.00 ’s avonds had iedereen het druk met taken in de Ashram, zodat niemand ook maar de tijd, de neiging of de behoefte had om aan dergelijke zaken tegemoet te komen. In die tijd wist ik niet wat ik nu wel weet, namelijk dat al de innerlijke energie die anders verspild zou worden, nu werd gebruikt om andere mensen te dienen onder Swamiji’s leiding. Alleen iemand die heel goed weet waar hij mee bezig is, was in staat om anderen op deze manier te begeleiden.
Swamiji zelf was het perfecte voorbeeld van datgene wat wij onder zijn leiding allemaal konden bereiken. Toch had ik langere tijd nodig om werkelijk in te zien dat hij volkomen celibatair was. Niet alleen omdat hij absoluut geen intiem contact had met anderen, maar ook door de manier waarop hij met iedereen omging – door wat hij zei, hoe hij het zei en wat hij deed, enz. Ook het feit dat iemand werkelijk zo kan zijn, was iets waar ik mezelf in die tijd moeilijk aan kon relateren en ik merkte dan ook dat ik er altijd goed op lette of ik hem, onder welke omstandigheden dan ook, niet kon betrappen op een uitspraak die hem ontglipte of dat hij onbedoeld iets zou doen wat in die richting kon wijzen. Maanden en ook jaren later ben ik nimmer iets tegengekomen dat ook maar in de verste verte verdacht leek.
Bovendien realiseerde ik me na verloop van tijd dat hij leek te staan boven het concept of begrip van “mannelijk/vrouwelijk”, zoals dat bij alle gewone mensen leeft. Het leek alsof hij de mensen als ‘alleen maar mensen’ zag. Doordat ik iedere dag met hem omging, werd ik me ervan bewust dat het hele mentale proces of de denkwijze van iemand met seksuele neigingen, bij hem op natuurlijke wijze totaal afwezig was.
Als iemand in Swami’s bijzijn een standaardgrap vertelde en die grap bevatte ook maar de vaagste associatie met seks, dan begreep Swamiji er niets van. Dan moest iemand hem alles gedetailleerd uitleggen, van het wat en het hoe en waarom… Een heel saaie procedure waarna er van de grap natuurlijk niets meer over was. En het ergste was dat hij na alle uitleg, waardoor er al helemaal geen grap meer bestond, heel onschuldig vroeg: “Nou, wat is daar zo grappig aan?” Wel, ik veronderstel dat als je helemaal geen seksuele neigingen hebt, zelfs niet de geringste, dergelijke zaken dan totaal geen betekenis voor je hebben!
Na ontelbare voorbeelden en momenten als deze, welke zich over een flink aantal jaren uitstrekken, kan ik vol vertrouwen zeggen dat hij een groots en fantastisch mens is om als voorbeeld te nemen en na te volgen. Ik dacht altijd: hij moet het ideaal van het menselijk bestaan zijn.
Anderen het beste wensen, dienen en alles geven is heel natuurlijk voor Swamiji en hij geniet er gewoon van. Hoe meer ik Swamiji op deze manier ging zien, hoe meer ik erop gebrand raakte om ook alle beperkingen in mijzelf op te heffen. Ik begon nu te zien in wat voor laag stadium ik me nog maar bevond, vergeleken met de prachtige zuiverheid van geest en de eindeloze gelukzaligheid die zo natuurlijk lijken voor iemand die in een geestestoestand zoals die van Swamiji verkeert. Het leven in de nabijheid van zo’n ongewoon wezen inspireerde ook mij volledig, om deze moeizame inspanning te leveren, om deze schijnbaar onmogelijke taak van algehele onthouding te volbrengen.

Swami Durgananda vergezelde
Swami Premananda naar alle programma's
Ik had het grote geluk om deze persoon, in wie alle theorie werkelijkheid leek te worden, niet alleen maar te zien, maar om dichtbij hem te zijn en met hem samen te leven. Ik bevond me in het gezelschap van iemand die van nature vrij was van de emoties en gedachten waar alle schepsels zo volkomen door worden beheerst.
Iets dat zo onmogelijk leek, leek mogelijk in bijzijn van Swamiji. Het ideaal van onthouding dat tot nu toe slechts theorie was geweest, bestond nu in het echte leven en tussen ons doodgewone stervelingen.
Ook al betekende dit dat ik het gemakkelijke en luxueuze leven dat ik toen leidde moest opgeven, toch was het een prachtige uitdaging om van het leven te aanvaarden. Of je slaagde of faalde deed er niet toe. Nu had ik tenminste de mogelijkheid om me in te spannen voor een doel dat de moeite waard was.
Allerlei voorwerpen door pure wilskracht voortbrengen, zoals edelmetalen, edelstenen en allerlei soorten fruit en snoep, vibhuti, sandelhoutpoeder, kumkum – objecten verplaatsen, voedsel vermenigvuldigen, water in een andere substantie veranderen enz., het zijn slechts enkele voorbeelden waar een ontwikkeld menselijk wezen toe in staat is, naast de veel belangrijkere gaven als vriendelijkheid, tolerantie en oneindige, onuitputtelijke en oneindige liefde. Swamiji is met deze vermogens geboren. Zij die met hem omgingen waren echter nog niet in staat om zijn zuivere goedheid, noch de opoffering die hij voor de mensheid maakte, te begrijpen. Iedereen kwam iets halen. Er was nauwelijks iemand die wilde geven, behalve dan misschien zij die voor spiritueel onderricht kwamen en een gering aantal andere volgelingen.
Mededogen en liefde voor de medemens leken volkomen natuurlijk voor hen die zoals Swamiji waren. Mensen als Swamiji moeten anderen dienen, waarbij ze vrijwillig hun lasten over nemen en alles doen wat ze kunnen, voor om het even wie. Swamiji zelf leek grote haast te hebben met zijn taak om de mensen rondom hem spiritueel te ontwikkelen, door hen aan te moedigen om de eindeloze stroom mensen die naar hem toekwamen voor hulp, troost en religieuze leiding, onzelfzuchtig te dienen. Hij was zeker geen gemakkelijke meester. We werkten ons ‘uit de naad’ en in fysiek opzicht kregen we nauwelijks rust. Het motto was: “Verslijt je lichaam door anderen te dienen”, een begrip dat slechts een handjevol mensen in de wereld kan bevatten. Maar door dit alles ondervonden we een diep gevoel van goedheid, vrede en een vreugdevolle gloed vanbinnen, wat alleen kan worden begrepen door hen die het hebben ervaren. Ik bijvoorbeeld kan hierover uit eigen ondervinding meepraten.
We aten eenvoudig vegetarisch voedsel en sliepen op de grond. Maar het zogenaamde goede wereldse leven dat ik voordien had geleid, kon niet tippen aan de innerlijke voldoening en bevrediging die ik bij Swamiji ervoer door anderen te dienen in de Ashram.
Vele mensen uit alle delen van het land kwamen naar de Ashram toe, in de weekenden en tijdens belangrijke religieuze feestdagen en festivals zoals er elke maand plaatsvinden. Gedurende die dagen sprak Swamiji met allen die gekomen waren, moedigde hen aan en haalde hen ertoe over om een goed en deugdzaam leven te leiden, zoals dat werd voorgeschreven door de religie die zij aanhingen. Nooit probeerde hij iemand tot het hindoeïsme te bekeren. Hij zei altijd dat hij enkel maar hindoe was omdat hij in een gezin van Hindoes was geboren.
Dan gaf Swamiji ook interviews aan de mensen die daarom vroegen, om hen zo te helpen bij hun vele persoonlijke problemen. Er zijn ontelbare voorbeelden te noemen waar mensen hulp en troost hebben gevonden in de Ashram, die ze elders niet konden krijgen. Velen hebben ondervonden dat hun medische problemen of andere, ingewikkelde persoonlijke omstandigheden waren opgelost, nadat ze met Swamiji gepraat hadden. In al deze gevallen gaf Swamiji hen onveranderlijk de raad om hun toevlucht te zoeken in het gebed, welke religieuze achtergrond ze ook hadden en om de vorm van De Almachtige waarmee zij vertrouwd waren, te smeken om leiding en troost.
In de loop van de tijd heb ik echter moeten vaststellen – schokkend als het is en mensen zijn nu eenmaal wat ze zijn, vooral vandaag de dag - dat Swamiji soms werd aangevallen door ondankbare mensen die hij eerst in zijn vriendelijkheid geholpen had. Normaal zou het als niet meer dan terecht worden beschouwd, om dit gedrag en deze mensen te verachten. Maar niet voor Swami Premananda. Zonder enige verbolgenheid of weerzin ging hij gewoon door om ook diegenen die later schaamteloos terugkwamen, te dienen en te helpen. Ook al gebeurden deze dingen, hij bleef onverschrokken werken voor het welzijn van de mensen, ongeacht hoe ze zich naar hem toe gedroegen en hoe ze het opnamen, zonder ook maar enige verwachting - tot grote ontsteltenis en verwarring van ons, zijn doodgewone vertrouwelingen. Door de jaren heen heb ik met de grootste verbijstering ontelbare van deze voorvallen aanschouwd. Niemand die ik ooit heb gekend, zelfs niet de beste onder hen, kon hier aan tippen.
“Verwacht niets en dien iedereen onafgebroken”, in actie. Gelijkmoedigheid en Dhana (onbaatzuchtige dienstverlening) worden toegelicht in het boeddhisme, het hindoeïsme, het christendom, de islam en in alle andere boeken over waarachtige godsdienst.
Huidige situatie – vals bewijsmateriaal en laster in de media
En ondanks dit alles werd Swamiji beschuldigd van seksueel wangedrag. Als de rechtbanken deze beschuldigingen geloven en hem tot celstraf hebben veroordeeld, dan mag worden aangenomen dat de veroordeling is gebaseerd op bewijsmateriaal dat schaamteloos en op zeer grote schaal is vervalst en dat het proces wat dit betreft beslist heropend dient te worden.
Het is duidelijk dat er geen vraagtekens moeten worden gezet bij de wet zelf, maar bij de praktische uitvoering van deze wetten die wordt toegepast door de uitvoerende wettige macht, van wie verondersteld wordt dat deze functioneert binnen de door de wet vastgelegde regels.
Waarom genieten de bestuursorganen zoals de handhavers van de wet, de rechtbanken, enz. zo’n vertrouwen en respect bij de mensen in de hele wereld? Is het niet omdat van hen verwacht wordt dat ze de onschuldige rehabiliteren en de schuldige op rechtvaardige wijze straffen, in overeenstemming met de in dat land aanvaarde wetten en zo gerechtigheid te laten geschieden? En zijn die wetten en bepalingen niet gebaseerd op deugdzame menselijke waarden ter bescherming van de maatschappij?
Als deze elementaire principes van waarheid, goedheid en fair play, waarvan eeuwenlang bekend was dat ze gerechtigheid garandeerden en de slachtoffers van onrecht rehabiliteerden, nu op de een of andere manier werden aangewend voor een ander doel dan het hooghouden van de waarheid, dan doet het systeem of proces dat dit toepast, zichzelf teniet en is daarom niet alleen gevaarlijk maar ook nutteloos. Er bestaat niets beter dan rechtvaardige en eerlijke wetten en de effectieve toepassing daarvan met als doel waarheid en gerechtigheid te brengen. Er bestaat niets slechter dan de onrechtvaardige en oneerlijke toepassing van die wetten. Spelen waarheid, eerlijkheid en goedheid dan geen rol meer in menselijke aangelegenheden?
Gezien het feit dat aan Swami’s zaak zoveel aandacht werd besteed door de media, waarbij vooral de op valse bewijzen gebaseerde seksverhalen in de schijnwerpers stonden, mag het duidelijk zijn dat geldelijke belangen de hoofdrol hebben gespeeld bij de media, waarvan wordt verondersteld dat zij waarheidsgetrouw en onafhankelijk zijn. Er mag worden verondersteld dat dergelijke media- acties werden gemotiveerd door een of meerdere personen, met als doel om Swami persoonlijk en de Ashram in het algemeen schade te berokkenen en niet om de feitelijke waarheid aan het publiek bekend te maken. Gezien al deze feiten is het duidelijk dat de spot is gedreven met alle normen binnen de journalistiek inzake juiste, eerlijke en feitelijke verslaggeving.
Het is duidelijk dat wie er ook achter deze specifieke lastercampagne zitten, zij heel ver gaan in hun dienstbaarheid aan ongoddelijke of satanische krachten, om de goedheid in de moderne wereld teniet te doen. Misschien spelen ook gevestigde wereldse belangen een rol; kwade krachten die erop uit waren om een nietsvermoedend en onschuldig mens ten val te brengen, op wie slechts kon worden aangemerkt dat hij elk medemens diende, waar deze ook vandaan kwam, welke behoefte of gemis deze ook voelde, in het bijzonder de armen en hulpbehoevenden. Ook wie persoonlijk tot hem kwam of zelfs maar tijdens het gebed een gedachte aan hem koesterde in zijn hart, kon rekenen op zijn hulp. Dit lijken de enige redenen voor Swamiji’s “schuld”, redenen die de mensen die zijn oneerlijke gevangenzetting hebben bewerkstelligd, kennelijk ongelegen kwamen.
Swami Durgananda, 2005
