HET WARE VERHAAL OVER DE ZAAK TEGEN SWAMI
PREMANANDA VERTELD DOOR ARULJOTHY ACHYUTHAN

Aruljothy Achyuthan
Mijn moeder was alleenstaand en heel arm en daarom droeg zij de zorg voor mijn oudere zus Padma, mijn jongere broer Balamurugan en mij over aan Swami Premananda. Samen met veel andere jonge Sri Lankanen die een soortgelijke achtergrond hadden, groeiden wij op bij Swami. Wij woonden in het weeshuis van de Poobalakrishna Ashram in Matale, Sri Lanka. Ik kwam in 1985 naar India. Met zorg en liefde werden we opgevoed door Swamiji en andere mensen in de Ashram. Vanaf mijn tweede jaar woonde ik in de Ashram in Sri Lanka en India bij Swamiji, samen met de andere weeskinderen, tot de verschrikkelijke gebeurtenissen in november 1994, toen Swamiji werd gearresteerd.
Sinds de opening van de Ashram in India in 1989 kwamen steeds meer mensen uit de hele wereld naar de Ashram en het was er druk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Na verloop van tijd werden sommige bewoners van de Ashram ontevreden en begonnen zij een complot te smeden om Swamiji’s naam in diskrediet te brengen.
Daar was bijvoorbeeld het meisje Suresh Kumari. Ze vond altijd dat ze niet knap en slank was, als de andere meisjes. Ze was altijd al buitengewoon jaloers. Ze hield niet van de spirituele omgeving. Ze was altijd op zoek naar zinnelijk genot. Het was jammer, want ze is een intelligent meisje en heeft ook een paar heel goede eigenschappen. Ze kon heel mooi bhajans (devotionele liederen) zingen en ze heeft grote leiderscapaciteiten. Net als iedereen had ze zwakheden en die werden misbruikt door de volwassenen die haar beïnvloedden en corrumpeerden.
Een ander was Mr. Ambikananthan. Hij was een volgeling die met zijn gezin in de Ashram woonde. Swamiji hielp hem met een huis en gaf geldelijke steun. Ambikananthan vond echter dat hij een hogere positie zou moeten hebben in de Ashram, maar Swamiji geeft iemand nooit de door hem begeerde status. Hij geeft alleen hogere posities aan hen die nederig zijn, een goed hart hebben en geen misbruik zullen maken van hun macht.
Dan had je ook Anand Mohan, een alcoholist en drugsverslaafde. Hij wilde trouwen met een buitenlandse volgeling uit Duitsland. Maar Swamiji adviseerde dit meisje om niet met Anand te trouwen. Dit maakte hem erg verbitterd naar Swami toe en hij zon op wraak.
Een derde volwassene, Mark Dennis, was een jonge Amerikaan. Mark leek zich afgewezen te voelen toen Swamiji hem niet tot sannyasin wijdde, zoals enkele anderen en Swamiji heeft hem kennelijk behoorlijk geërgerd. Ambikananthan, Anand Mohan en Mark probeerden om enkele meisjes tegen Swamiji op te zetten. Zij namen hen niet serieus, maar Suresh Kumari en een andere vrouw, Latha (die in feite al in de dertig was en zeker geen jong meisje) stemden in met het verschrikkelijke plan om Swamiji en de Ashram te ruïneren.
Het waren Anand Mohan en Mark die Suresh Kumari en Latha meenamen uit de Ashram. Zij vertelden valse verhalen over Swamiji aan de kranten. Het waren vreselijke verhalen en alles wat zij vertelden waren klinkklare leugens. Plotseling stond Swamiji met die kwaadaardige leugens op de voorpagina’s van alle kranten en tijdschriften in heel India. Toen publiceerden zij plotseling artikelen dat hij al de andere oudere meisjes in de Ashram had verkracht.
We waren zo van streek. Ik zal nooit Swamiji’s verjaardag op 17 november 1994 vergeten. Er waren meer dan 2000 volgelingen gekomen. Velen waren gekomen om hun steun te betuigen voor Swamiji, tegenover de scherpe aanval tegen hem door de pers. Er kwamen ook veel verslaggevers. Wij oudere meisjes huilden en huilden. Plotseling was ons simpele en fijne leven compleet vernietigd.
Op 18 november kwamen meer dan honderd politieagenten met geweren naar onze heilige Ashram. Die nacht werden wij meisjes ondervraagd door vrouwelijke politieagenten. Ze wilden dat wij zeiden dat Swamiji ons had verkracht. Hoe zouden we dat kunnen zeggen? Het was afschuwelijk en gemeen om zoiets te zeggen. Wij hadden geleerd om altijd de waarheid te zeggen. Op 19 november werd Swamiji gearresteerd en weggevoerd. We huilden en gilden toen ze hem meenamen. Het leek wel een nachtmerrie. De volgende dag kwamen ze ons meisjes ook weghalen. We namen geen kleren of persoonlijke bezittingen mee, maar ik dacht dat dit niet gaf, omdat de politie zei dat het slechts routine was. We hoefden alleen maar een verklaring af te leggen en dan zouden we tegen lunchtijd in de Ashram terug zijn. Maar wat was de afschuwelijke waarheid? Ik mocht mijn thuis niet eerder terugzien dan in maart 1997! Mijn hele leven veranderde op slag en ik werd een slachtoffer - niet van Swami Premananda, maar van de politie en van degenen die door hen werden beïnvloed.
Onze nachtmerrie begon in het Vrouwen Politiebureau van Pudukkottai. Daar werden wij door vrouwen gedwongen om ons uit te kleden en we waren zo bang en beschaamd, omdat we naakt waren in het openbaar. Boven op het balkon stonden mannen naar ons te kijken. De politieagentes staken lange naalden onder onze vingernagels. Ze martelden ons en sloegen ons hard met hun handen en met stokken, om ons te laten zeggen dat Swamiji ons had lastig gevallen. Ze hadden ons weggehaald om die vreselijke dingen met ons te doen, maar in het vonnis staat dat, als we in de Ashram waren ondervraagd (de Indiase wet zegt dat een vrouw moet worden ondervraagd, op de plek waar zij leeft), we “onder de machtige invloed van Swamiji waren geweest en de waarheid niet zouden hebben verteld”.
Om het vonnis te citeren: “de meisjes werden onverwijld ondervraagd in het ‘All Women Police Station’, een omgeving die natuurlijk bevorderlijk was voor het onderzoek…. de advocaat voor de eerste verdachte verklaarde in een welsprekend betoog dat er tijdens het verhoor van de meisjes in het All Women Police Station derdegraadsverhoren waren toegepast en dat er daardoor in hoge mate afbreuk was gedaan aan de bewijskracht van de getuigenis van de Slachtoffers. Men probeerde te bewerkstelligen dat er geloof werd gehecht aan de Verklaring van PW 14 Aruljothy. Het is duidelijk dat Getuige voor de Eisende partij 14, in bewijsstuk voor de verdediging nr. 10 heeft verklaard, dat “pas nadat de politie mij en de andere meisjes had geslagen, vertelden we dat Swamiji ons had verkracht.” Zelfs als een dergelijk dwangmiddel werd gebruikt, dan kan het toepassen van dergelijk mild geweld wel eens van groot belang zijn geweest om de Slachtoffers uit de weerspannigheid te halen die zij zichzelf hadden opgelegd en om hen te bevrijden uit de greep van de angst. Het toepassen van een dergelijk zacht dwangmiddel was niet bedoeld om hun angst aan te jagen waardoor de waarde van hun getuigenis zou worden geschaad.”
Zoals u ziet geeft de rechter dus toe dat ik helemaal aan het begin van de gerechtelijke actie, in januari 1995, de waarheid heb gesproken voor het Hof. Het erkent ook dat er dwang op ons is uitgeoefend, maar het is niet waar dat het zachte dwang was. Ik herhaal in het belang van de waarheid, dat wij zijn geslagen, gemarteld en zijn onderworpen aan vreselijke seksuele vernederingen door de vrouwelijke politieagenten. Ik kan u zelfs hun namen geven. Ik heb in mijn hele leven nog nooit gehoord dat slachtoffers van verkrachting moesten worden geslagen om hen te laten zeggen dat zij slachtoffers waren! Pas in handen van de politie zijn we slachtoffers geworden.
Zij hielden ons 15 dagen lang opgesloten in een kleine, donkere kamer. Hun enige motief was ons te dwingen te zeggen dat Swamiji ons had verkracht en andere vreselijke dingen met ons deed. Zij dwongen ons om blanco papieren te ondertekenen en zij schreven erop wat zij wilden. Sommige meisjes waren zo hard geslagen dat zij flauwvielen. Anderen schreeuwden het uit van pijn. Dat was omdat ze weigerden om leugens over Swamiji te vertellen. Zij bedreigden ons voortdurend. Natuurlijk riepen en baden we luidop naar Swamiji. Als we zijn naam noemden sloegen ze ons nog harder. We wisten niet meer of het dag of nacht was. Sommige meisjes, zoals Vellayamma en Lilismary, waren nog maar schoolkinderen en ze werden meedogenloos geslagen.
Zij dwongen ons naar het Rani ziekenhuis in Pudokkottai te gaan. Zonder toestemming van een volwassene lieten ze ons medische onderzoeken ondergaan. Het ergste was de maagdelijkheidtest. Het was zo vernederend. Hoe zij dergelijke dingen mogen doen kan ik niet begrijpen. Sommige meisjes hadden ouders in Trichy. De politie heeft hen nooit gewaarschuwd of hun toestemming gevraagd om deze testen uit te voeren. Bovendien werd het op een barbaarse, onhygiënische en zeer wrede manier gedaan. Zij drukten ons neer en duwden houten stokken die zo groot als een potlood waren, in onze geslachtsdelen. We waren vanaf ons middel naakt en schreeuwden van de pijn. Velen van ons bloedden. Het leek wel een aanranding. Er stonden een boel mensen te kijken. Toen, om de zaken nog erger te maken, publiceerden zij hun valse testresultaten in de kranten. Wij werden alsmaar erger geschaad.
Ze vertelden ons dat zij ons naar de Ashram terug zouden brengen, maar ze logen en toen we Pudukkottai verlieten, merkten we dat we op de weg naar Madras waren. Dit was het begin van twee en een half jaar van leugens en vernedering. De politie bracht ons naar een tehuis, Udavum Karangal geheten (een tehuis voor de armen – de naam betekent ‘helpende handen’). Het werd gerund door een Mr. Vidyakar. Daar vertelde men ons dat de Ashram was gesloten en iedereen naar vluchtelingenkampen was gestuurd.
De politieagent die al deze verschrikkingen leek te hebben georganiseerd, inspecteur Kuppuswamy, zei dat als we tegen Swamiji zouden getuigen, elk 500.000 roepies (vijf ton), ruim 8000 m2 grond, gouden sieraden en massa’s kleding van de overheid zouden krijgen. Enkelen van ons zeiden dat ze dood wilden en een meisje, Princy, probeerde zich op te hangen aan de ventilator in de kamer. Toen stelden ze permanente bewaking in.
Toen zetten ze mij om de een of andere reden apart, voor een speciale behandeling. Ten gevolge van de herhaalde afranselingen door de politie werd ik in januari 1995 erg ziek. Ik lag met ernstige diarree zwaar ziek in bed. Ik werd naar het ziekenhuis gebracht waar ik een infuus met zoutoplossing kreeg. Kuppuswamy en Vidyakar dwongen mij om een brief aan een rechter van het hooggerechtshof in Madras te tekenen, waarin stond dat Swamiji mij verscheidene malen had verkracht, net voordat hij werd gearresteerd en dat ik nu drie maanden zwanger was. Ze lieten mij een verontschuldiging schrijven “voor de leugen dat ik eerder een verhouding had met iemand in de Ashram”. In feite ben ik enige tijd verloofd geweest met Sathish Kumar.
Inspecteur Kuppuswamy en Vidyakar zeiden dat ze mij hard zouden slaan als ik deze brief en andere documenten niet tekende. Toen dwongen ze mij om naar het gerechtshof te gaan om deze dingen te zeggen. Er werd uitgebreid verslag van gedaan in de ‘Indian Express’, die wilde bewijzen dat de sensationele artikelen over Swamiji die zij hadden gepubliceerd sinds november 1994, op waarheid berustten.
Dit sensationele verhaal stond maandenlang op de voorpagina. Mijn foto en verhaal stonden in alle tijdschriften. Posters van mij hingen in heel Zuid India. Sommige tijdschriften knipten foto’s van mij uit en plakten die op Swamiji’s foto, zodat het leek alsof ik op zijn knie zat. Later deden ze iets dat nog veel erger was – zij stuurden de foetus van een baby op voor DNA onderzoek en zeiden dat het kind van mij en Swamiji was. Dit betekent dat hun rapport een totale vervalsing en leugen was.
Wij zaten twee jaar lang gevangen in het Udavum Karangal tehuis. Vidyakar gedroeg zich heel gewelddadig tegen ons. Maanden voordat we moesten getuigen werden we naar een ander tehuis, Steps genaamd, in Pudukkottai gebracht. Daar werden we systematisch getraind in het vertellen van valse, hoogst weerzinwekkende verhalen gericht tegen Swami. Het was verbazingwekkend dat dit werd gedaan door advocaten die handelden namens de politie - ... Zelfs nog schokkender was het feit dat de officiële Openbare Aanklager, Mr. Varadarajan, deelnam aan deze farce, waaruit u kunt concluderen dat het hele proces op dit onderdeel door hem in elkaar werd gezet. We moesten de hele nacht zinnen uit ons hoofd leren en ze dan herhalen voor Inspecteur Kuppuswamy en de advocaten. Het was tijdens deze periode dat Kuppuswamy mij aanviel en me rechtstreeks met zijn vuisten op mijn ogen sloeg. Als gevolg van deze mishandeling heb ik tot op de dag van vandaag veel last van gezwollen en rode ogen. Als we onze valse getuigenis niet correct weergaven, werden we geslagen en kregen niets te eten.
We vonden het verschrikkelijk om Swamiji en de anderen uit de Ashram die werden beschuldigd, tijdens de rechtszaak te zien. Voor mij was het de hel. Ik werd niet alleen geconfronteerd met mijn ‘vader’, maar ook met mijn verloofde, Sathish Kumar. Ik had het gevoel of mijn hele leven verloren was - en hun leven ook.
De politie zei dat ze als wij hen zouden tegenwerken en de waarheid zouden vertellen, onze botten zouden breken en ons in een bordeel zouden plaatsen. Ze vertelden dat we nergens heen konden en dat niemand ons wilde, omdat de Ashram gesloten was. Diepbedroefd legde ik mijn valse getuigenverklaring af.
De dag nadat ik de verklaring had afgelegd, dacht de politie dat ik plannen had om te ontsnappen en daarom werd ik naar het huis van mijn zuster in Thanjavur gebracht en onder politiebewaking gesteld. Nadat de valse getuigenis van ons 12 meisjes in het gerechtshof was vastgelegd kwamen we tot de ontdekking dat de Ashram open was, uitstekend gerund werd en dat iedereen daar nog was! Toen vertelde men mij dat ik vanwege de verdediging inzake de DNA zaak betreffende mijn “zwangerschap”, opnieuw werd opgeroepen om voor het gerecht te verschijnen. Nu voelde ik me sterk en in gedachten gloorde er een sprankje hoop. Rechter Banumathy zei dat het Hooggerechtshof had gelast om mijn bloed opnieuw te testen en ik moest weer bloed geven.
Ik benutte mijn laatste kans... ik weigerde en zei: “Waarom zou ik mijn bloed geven? Swamiji heeft mij nooit verkracht en ik heb beslist nooit een seksuele relatie met hem gehad. Ik wil terug naar de Ashram – Nu!” En diezelfde dag keerde ik er terug.
Het is een grote schande dat het vertellen van de waarheid door mij (en door zo veel van mijn "zusters" die eveneens het slachtoffer werden van de politie en die nu ook de waarheid hebben verteld) tot nu toe tevergeefs is gebleken. Ikzelf, Kumari, Vellayamma, Lilismary, Mallika, Udaya en Pushparani - zal er iemand naar ons luisteren? Of zal, zoals in mijn geval, het Gerechtshof zeggen dat wij de waarheid vertelden over verkrachting en logen over het feit dat we werden gedwongen om tegen Swamiji te getuigen?
Laten we bidden dat het recht zal zegevieren. Ik ben bereid om naar het hoogste gerechtshof te gaan om de waarheid te onthullen. Ik hoop dat ik op uw steun kan rekenen.
ARULJOTHY ACHYUTHAN
