DE FEITEN BETREFFENDE DE STRAFZAAK TEGEN
Print article
SWAMI PREMANANDA

1. Over Swami Premananda

Swami Premananda is een hindoe monnik uit Sri Lanka. Daar stichtte en leidde hij verscheidene spirituele centra. Na de etnische rellen in Sri Lanka in 1983 kwamen Swami Premananda en veel van zijn volgelingen naar Tamil Nadu, Zuid India, waar hij een nieuwe spirituele en sociale missie vestigde. Hij stichtte een Ashram in Fatimanagar, nabij Trichy. Al gauw kwamen daar volgelingen in grote getale, zowel uit India als uit het buitenland om zijn zegeningen en spirituele raad te ontvangen. Behalve de Ashram stichtte hij ook een weeshuis, een school voor behoeftige kinderen en startte hij hulpprogramma’s voor de plaatselijke armen en mensen zonder opleiding. In het begin van de jaren negentig kreeg Swami Premananda steeds meer invloed in India en in veel andere landen, waar volgelingen spirituele centra oprichtten en zijn leringen in acht namen.

(Zie voor meer details het artikel ‘Swami Premananda - Zijn Leven’)


2. Kort overzicht van de strafzaak

In 1994 namen de missie en de invloed van Swami Premananda een hoge vlucht. Echter, na een heftige campagne van smadelijke beschuldigingen in de pers, werd een zaak tegen Swami Premananda en enkele van zijn naaste volgelingen en discipelen aanhangig gemaakt. Vervolgens werd in november 1994 een uit de duim gezogen strafzaak aangespannen. De twee voornaamste beschuldigingen luidden: verkrachting van meisjes die in het weeshuis woonden en moord op een man uit Sri Lanka, die in de Ashram verbleef.

Dit alles werd samengevat in een tenlastelegging van samenzwering, hetgeen een schending is van de Indiase wet, daar volgens de normale gang van zaken elke beschuldiging apart zou moeten worden behandeld - geval voor geval.

Swami Premananda and Swami Kamalananda being handcuffed
Swami Premananda (links) en Swami Kamalananda (midden)
worden in de boeien geslagen



In november 1994 werden Swami Premananda en 6 anderen¹ gearresteerd en in de gevangenis geworpen. Swami Premananda werd in 19 zittingen van het Hof in Pudukottai veroordeeld tot twee maal levenslang. Het vonnis werd bevestigd door de Chennai High Court (in 2002) en vervolgens door de Supreme Court [Hoogste Gerechtshof] (in 2005).

Ondanks deze bevestigingen, zijn er van het begin tot het einde in deze rechtszaak duidelijk veel vragen gerezen, waaruit bleek hoe tegenstrijdig en onlogisch de tegen Swami Premananda ingebrachte beschuldigingen waren. Bovendien zijn deze vragen en feiten nooit geaccepteerd en is er door de gerechtelijke autoriteiten nooit opheldering over gegeven.

Zowel het aanspannen van de rechtszaak als het onderzoek waren zeer dubieus. Zowel de manier waarop het proces werd gevoerd als het standpunt van het Hof waar de zaak voorkwam wierpen veel vragen op. Zelfs bij het tegen Swami Premananda gewezen vonnis - twee maal levenslang achtereenvolgens te ondergaan - kan men juridische vraagtekens zetten.

3. De media campagne die leidde tot de arrestatie van Swami Premananda en zes anderen

De zaak tegen Swami Premananda begon niet met een aanklacht bij de politie, maar met een schandalige lastercampagne die maanden heeft geduurd.

Een jonge vrouw, Suresh Kumari, die in het weeshuis was opgegroeid en een vaste bewoonster, Latha, werden uit de Ashram weggelokt met beloften van materiële voordelen in ruil voor leugens ten koste van Swami Premananda. De twee stemden erin toe om interviews te geven aan de pers en daarin te spreken over de zogenaamde feiten, d.w.z. dat Suresh Kumari het slachtoffer zou zijn van verkrachting op het terrein van de Ashram. De eerste door de pers gepubliceerde artikelen bevatten vage en globale beweringen met betrekking tot misdaden die, naar men beweerde, zouden zijn begaan tegen de meisjes in de Ashram.

Billboards placed all over Tamil Nadu
In heel Tamil Nadu werden plakkaten aangeplakt

Al spoedig zagen veel plaatselijke nieuwsbladen in dit verhaal een zeer winstgevende mogelijkheid om goede verkoopcijfers te halen en naarmate het aantal gepubliceerde artikelen toenam, werden de beschuldigingen steeds meer aangedikt.

De Indian Democratic Women’s Association (AIDWA: een organisatie voor het welzijn van vrouwen, die nauwe betrekkingen onderhoudt met een extreme communistische beweging) was betrokken bij deze lastercampagne en zij hebben brieven en faxen gestuurd naar verscheidene instanties in Tamil Nadu met het verzoek om een onderzoek in te stellen naar deze zaak.

Tegelijkertijd gebruikten opportunistische politieke partijen de ongegronde beschuldigingen in de pers om hun eigen belangen te promoten. Deze situatie zorgde ervoor dat de heersende partij in Tamil Nadu opdracht gaf aan de politie van Chennai om naar Trichy, 300 km ten zuiden daarvan, te gaan en het onderzoek in de zaak over te nemen. Omdat de hele staat Tamil Nadu werd overspoeld met een massa wilde artikelen waarin de Swami werd beschuldigd van alle mogelijke soorten gruwelijke misdaden, ontstond er binnen enkele weken woede en grote verontwaardiging onder de bevolking.

Het verdient vermelding dat het eerste artikel in de kranten verscheen op 5 november 1994, maar dat Suresh Kumari de klacht, waarin ze Swami Premananda ervan beschuldigde dat hij haar acht jaar tevoren had verkracht, pas bij de politie indiende op 16 november 1994.

Volgens de Indiase wet kan een klacht die acht jaar na de beweerde misdaad wordt ingediend niet worden geaccepteerd of behandeld. Niettemin heeft de politie, die reeds met, het onderzoek was begonnen en die nu al in grote getale op het terrein van de Ashram aanwezig was, Swamiji en enkele van zijn naaste volgelingen en discipelen onmiddellijk gearresteerd.

De moeder van Suresh Kumari, mw. Deivanai, verklaarde voor de rechtbank dat haar dochter was omgekocht door anderen, die zelfs tijdens het proces hadden toegegeven dat zij Swami Premananda in diskrediet wilden brengen. Verder zei ze dat haar kinderen beslist nooit tegen haar hadden geklaagd en zouden zij zoiets niet in de eerste plaats aan hun eigen moeder vertellen, die met hen in de Ashram woonde, in plaats van naar de pers te lopen?

4. Aanvang van de gerechtelijke stappen tegen Swami Premananda

4.1. De verkrachtingszaak

Op 19 en 20 november werden veel mensen door de politie weggevoerd uit de Ashram voor onderzoek en ondervragingen.

In totaal werden 20 meisjes en jonge vrouwen (leeftijd tussen 14 en 35) meegenomen voor verhoor. Dit is een schending van de Indiase wet (beperkende bepaling bij art. 160 van het Wetboek van Strafprocesrecht) volgens welke geen enkele vrouw mag worden weggevoerd van haar verblijfplaats voor onderzoek, of om op enigerlei wijze te worden ondervraagd. Het feit dat het Indiase rechtssysteem zulke wetsbepalingen in het leven moest roepen is op zichzelf al voldoende om een indruk te geven van het soort onrecht, zoals verkrachting en molestatie, dat vrouwen wordt aangedaan door politieambtenaren die hen ondervragen. (zie het artikel ‘Bevindingen van Amnesty en Relevante Gebeurtenissen in de Zaak Premananda’)

Mr. Ram Jethmalani, Eerste Advocaat voor de Verdachte en voormalig Minister van Justitie van India, legde de volgende verklaring af:

“Hoewel Paragraaf 160 van het wetboek de politie machtigt om de aanwezigheid van getuigen op het politiebureau te vorderen ten behoeve van het onderzoek in een zaak, stelt de proviso (beperkende voorwaarde bij een wetsbepaling) een strenge beperking aan deze bevoegdheid.

Van geen enkele vrouw kan aanwezigheid worden geëist op een andere plek dan die waar de vrouw woont.

Hieruit volgt dat haar verklaring bij haar thuis moet worden afgenomen, zonder dat zij in een positie wordt gebracht waarin de politie haar kan intimideren met bedreigingen, overredingen of beloftes. Het gedrag van de politie op 19 en 20 november 1994 toen zij 20 meisjes samendreven, meenamen naar het politiebureau en hen daar verhoorden, was een flagrante schending van deze bepaling. De meisjes waren nergens van beschuldigd en zij konden niet worden gearresteerd. Toen er voor het eerst contact met hen werd gezocht in de Ashram, hebben zij niet verklaard dat ze waren verkracht. Waarom werden zij dan uit hun woonplaats weggehaald en ondervraagd op het politiebureau, en dat ook nog eens door manlijke politieagenten? Deze meisjes, die de Ashram niet wilden verlaten en die niet met de politie mee wilden gaan, werden met geweld en tegen hun zin van de ene plaats naar de andere overgebracht.

Door dat te doen heeft de politie zich schuldig gemaakt aan de strafbare feiten ontvoering en onrechtmatige vrijheidsberoving. Het door hen verrichte onderzoek op het Politiebureau is duidelijk in strijd met de wetsbepaling.

Welnu, deze inbreuk op de wet kan drie mogelijke gevolgen hebben:

a) Hij ondermijnt in ernstige mate de bewijskracht van de getuigenis van de meisjes;
b) hij maakt hun getuigenis op de rechtszitting ontoelaatbaar als bewijs;
c) hij maakt de rechtszitting ongeldig.”


4.2 Opsluiting en marteling van de zogenaamde slachtoffers door de politie

Uit het hiervoor genoemde onderzoek op het politiebureau resulteerden 13 verklaringen (vallend onder 161 Wetboek van Strafprocesrecht) waarin Swami werd beschuldigd van verkrachting. De zogenaamde slachtoffers waren toen tegen hun zin in hechtenis gehouden (eerst in het STEPS instituut in Pudokkottai en later in een sociale instelling Udavum Karangal, beide tehuizen voor behoeftige vrouwen en nauw verbonden met de politie), gedurende meer dan twee jaar, dwz tot aan het einde van het eerste proces.

In januari 1995 stelde een van de meisjes, Aruljothy - die toen een getuige voor de openbare aanklager was - in een verklaring voor het Hof ten overstaan van een rechterlijk ambtenaar en ook nog eens tijdens de rechtszitting zelf - dat fysiek en psychisch geweld op hen was toegepast om hen te dwingen te zeggen dat zij door de verdachte waren verkracht.

Het arrest van het gerechtshof geeft toe dat dit waar is door te stellen:

“…Het is duidelijk dat Getuige voor de Eisende partij 14 in bewijsstuk voor de verdediging nr. 10 heeft verklaard dat “pas nadat de politie mij en de andere meisjes had geslagen, vertelden we dat Swamiji ons had verkracht.” Zelfs als een dergelijk dwangmiddel werd gebruikt, dan kan het toepassen van dergelijk mild geweld wel eens van groot belang zijn geweest om de Slachtoffers uit de weerspannigheid te halen die zij zichzelf hadden opgelegd en om hen te bevrijden uit de greep van de angst. Het toepassen van een dergelijk zacht dwangmiddel was niet bedoeld om hun angst aan te jagen waardoor de waarde van hun getuigenis zou worden geschaad.”

Vervolgens hebben sommige meisjes, nadat zij waren vrijgelaten uit de tehuizen waar zij werden vastgehouden, beëdigde verklaringen ingediend bij de High Court (het Hoog Gerechtshof) in Chennai waarin zij nauwkeurig beschrijven hoe ze zijn gemarteld en gedwongen om Swami Premananda te beschuldigen. Hun verklaringen werden echter genegeerd. Sommige meisjes zijn teruggekeerd naar de Ashram om daar te gaan wonen en hebben ook geweigerd een financiële schadeloosstelling te accepteren die hun door het Hof na de Uitspraak was aangeboden, dit om duidelijk te maken dat hun beschuldigingen tegen Swami Premananda vals waren en waren afgedwongen tegen hun wil.

Aruljothy zei:

“... Sommige meisjes werden zo hard geslagen dat ze flauwvielen... We werden twee jaar gevangen gehouden in tehuizen in Udavum Karangal… De politie zei dat ze als wij hen zouden tegenwerken en de waarheid zouden vertellen, onze botten zouden breken en ons in een bordeel zouden plaatsen...”

(zie uitvoerig artikel door Aruljothy: ‘Het ware verhaal achter de zaak tegen Swami Premananda’)

Aanvankelijk werd op grond van deze verklaringen, waarop artikel 161 van het Wetboek van Strafprocesrecht van toepassing is, een zaak tegen Swami Premananda en 6 andere bewoners van de Ashram in scène gezet. Later werden daar, met tussenpozen, nieuwe beschuldigingen van moord, samenzwering en fraude aan toegevoegd.

4.3 DNA onderzoek

Om het medische bewijs te leveren dat Swami de meisjes verkrachtte, werd zogenaamd een foetus geaborteerd bij een van de meisjes, Aruljothy, in januari 1995, en onderzocht door een forensisch wetenschapper voor de aanklager, Dr. Lalji Singh. Nadien heeft Dr. Singh nog in twee andere soortgelijke, hoogst dubieuze, gerechtelijke onderzoeken bewijs geleverd.

De advocaat van de verdachte heeft ook in overeenstemming met het recht een DNA-expert uit het Verenigd Koninkrijk opgeroepen. De onderzoeksresultaten van de gerenommeerde Genetica-specialist, Dr. Wilson J. Wall, waren volledig in strijd met die van Dr. Singh. Het resultaat van zijn onderzoek, verricht volgens internationale DNA-maatstaven (die niet waren toegepast door Dr. Singh) leverden het onomstotelijk bewijs dat Swami Premananda niet de vader van deze foetus was. De onderzoeksresultaten van Dr. Wall en de wetenschappelijke verklaringen die hij heeft gegeven zijn helemaal nooit door het Hof in overweging genomen.

Dr. Wall’s rapport aan het Hof:

“... De eindresultaten kwamen beschikbaar op 20 april 1997... De conclusie luidt dat het onmogelijk is dat de aangeklaagde Premananda, wiens bloed ik heb afgenomen ten overstaan van dit Edelachtbare Hof, de vader van dit foetale weefsel is… Mijn eerdere mening dat zowel de methodologie als de conclusies van Dr. Singh fout zijn, is nu voor 100% juist bevonden door de bevindingen van het laboratorium in het Verenigd Koninkrijk…. Wanneer ik zeg dat de verdachte deze foetus niet heeft verwekt, bedoel ik te zeggen dat er geen kans, zelfs geen schijn van kans bestaat dat hij de vader is.”

(Het nieuwe boek van Dr. Wall ‘The DNA Detectives’, dat in augustus 2005 zal worden gepubliceerd, belicht de zaak Swami Premananda als een typisch voorbeeld van misbruik van DNA-bewijs)

Mr. Ram Jethmalani, Eerste Advocaat voor de Verdachte en voormalig Minister van Justitie van India verklaarde het volgende:

“De verachtelijke wijze waarop de tenlastelegging van Getuige voor de Eisende Partij .14 (Aruljothy) in elkaar is gezet is volledig ontmaskerd. Het is een treurig voorbeeld van de smerige handelingen waartoe sommige ambtenaren van de Politie bij het onderzoek hun toevlucht kunnen nemen om veroordeling van de onschuldige te bewerkstelligen.

Het toont aan hoe de invloedrijke tentakels van de politie vooraanstaande wetenschappers kunnen corrumperen en naar beneden halen tot hun eigen niveau.

De politie die zich aan dit gedrag heeft schuldig gemaakt, moet streng worden aangepakt, zodat dergelijke figuren worden verwijderd uit onze politiemacht. Voor een maatschappij die wordt bestuurd volgens de ‘rule of law’ [Vert.: de bepaling dat ook de overheid zich aan haar eigen regels moet houden] is een volkomen integer onderzoeksapparaat onmisbaar. Het is ook even noodzakelijk dat instanties niet slechts integer zijn, maar dat ook de gewone man gelooft dat ze dit zijn.”

Bovendien zaten de verklaringen van de 13 meisjes en van andere getuigen voor Eiser, die eerst waren afgenomen in het politiebureau, vervolgens opgeschreven als verklaringen en tenslotte gedeponeerd bij het Hof, vol zichzelf-vernietigende tegenstrijdigheden en belachelijke verklaringen. Deze zijn allemaal naar voren gebracht door de Advocaat voor de Verdachte en door de duidelijke verklaringen van verscheidene getuigen voor de verdediging, waaronder veel hoog opgeleide deskundigen uit allerlei landen. Ook dit alles werd zonder meer afgewezen door het Hof, zonder enige juridische motivering.

Aruljothy zei:

“... Maanden voordat we moesten getuigen werden we naar een ander tehuis, Steps genaamd, in Pudukkottai gebracht. Daar werden we systematisch onderricht in het vertellen van valse hoogst weerzinwekkende verhalen gericht tegen Swami. Het was verbazingwekkend dat dit werd gedaan door advocaten die handelden namens de politie - … Zelfs nog schokkender was het feit dat de officiële Openbare Aanklager, Mr. Varadarajan, deelnam aan dit fiasco, waaruit u kunt concluderen dat het hele proces op dit onderdeel door hem in elkaar werd gezet. We moesten de hele nacht zinnen uit ons hoofd leren en ze dan herhalen voor Inspecteur Kuppuswamy en de advocaten. Het was tijdens deze periode dat Kuppuswamy mij aanviel en me rechtstreeks met zijn vuisten op mijn ogen sloeg.”

(zie uitvoerig artikel door Aruljothy: ‘Het ware verhaal achter de zaak tegen Swami Premananda ’)

4.4. De moordzaak

De aanklacht wegens moord werd twee maanden na het begin aan de zaak toegevoegd. Swami Premananda werd ervan beschuldigd Ravi, een man uit Sri Lanka die in de Ashram verbleef, te hebben gedood. Hij was verstandelijk gehandicapt en was daar enkele jaren tevoren een natuurlijke dood gestorven. Zijn familie en alle bewoners van de Ashram wisten daarvan. De overledene werd door de Aanklager voorgesteld als een wetenschapper met een ingenieursopleiding, die in de wijde omtrek Swami’s misdragingen aan de kaak stelde en daarom door hem was vermoord.

Medische rapporten van het Angoda State Mental Hospital in Sri Lanka, waar hij verschillende jaren verpleegd was, en beëedigde verklaringen van de familie, bewezen dat hij verstandelijk gehandicapt was en zware medicijnen slikte.

(zie meer details in het artikel ‘De moordzaak ’ door Ella Combé)

Bovendien werd er totaal geen bewijs geleverd voor het Hof, dat zonder enige redelijke twijfel de beschuldiging van moord die door Swami zou zijn beraamd, hard gemaakt kon worden. Verklaringen die werden afgelegd door de getuigen voor de Aanklager waren zeer tegenstrijdig. Weer werd het resultaat van het forensisch onderzoek dat was verricht ten behoeve van de Aanklager, duidelijk tegengesproken door Dr. Purandare, een andere vooraanstaande wetenschapper voor de Verdediging. Ook zijn bewijsvoering werd niet door het Hof in aanmerking genomen.

De aanklacht wegens moord was tegen Swami ingediend op grond van ‘bewijs geleverd door de ‘approver’² (Vert.: verklikker) Ambikananthan, die zei dat hij samen met Swami en vijf anderen Ravi had vermoord’. Voor het vertellen van de ‘waarheid’ was hem bij voorbaat kwijtschelding van straf verleend door het Hof. Hij bevond zich echter niet eens in de Ashram op de dag van Ravi’s dood.

Mr. Ram Jethmalani, Senior Counsel for the Accused and former Law Minister of India stated as follows:

“Normaal gesproken geeft een verklikker die getuigenis aflegt toe dat hij aan een complot heeft deelgenomen en vertelt hij hoe die plannen ten uitvoer zijn gebracht. In dit uiterst vreemde geval ontkent Ambikananthan dat hij aan zo’n samenzwering heeft meegedaan of dat hij tot de moord op Ravi heeft aangezet. Hij ontkent ook aan enige andere vorm van samenzwering te hebben deelgenomen, zoals verkrachting of het verbergen van bewijs. Dit is juridisch gezien belachelijk, bedrieglijk en misbruik van de rechtsgang bij het Hof.”

Ambikananthan zei voor het Hof dat zijn verklaring aangaande de moord gesteund zou worden door vier jongens uit de Ashram als getuigen. Die jongens ontkenden echter wat hij heeft gezegd. Ook is de echtgenote van Ambikananthan naar het Hof gegaan om tegen haar man te getuigen. Zij zei dat hij had gelogen over de moord.

5. Het proces

De verdedigers van Swami Premananda hebben alle bovengenoemde punten heel duidelijk en met grote nauwkeurigheid tijdens hun hoog gekwalificeerde werk naar voren gebracht in de Sessions Court, in de High Court en in de Supreme Court. [Vert.: In Nederland zou dit zijn: Rechtbank, Hof en Hoge Raad]. Mr. Ram Jethmalani staat zowel in India als in het buitenland in hoog aanzien als een voortreffelijk en ervaren advocaat. Hij heeft Swami Premananda verdedigd in de Sessions Court en in de Supreme Court. Ten tijde van het beroep bij de High Court was Mr. Jethmalani Minister van Justitie van India en daarom kon hij in die instantie Swami’s zaak niet bepleiten. Tijdens het proces getuigden al zijn werk en zijn uitstekend onderbouwde argumenten van diepgaand onderzoek en zo werden in een welsprekend betoog de bovengenoemde feiten en nog vele andere aangetoond.

Echter, alle vraagpunten en feiten die door hem aan de orde werden gesteld en die de theorieën van de Eisende Partij van tafel konden vegen, werden terzijde geschoven en kregen geen enkele kans om te worden toegelicht of vastgesteld. Evenmin werden juridisch bindende wetenschappelijke tests en conclusies die door deskundige wetenschappers voor de Verdediging waren getrokken, in aanmerking genomen.

Om een voorbeeld te geven:

Het vonnis van de Session Court stelt:

“Getuige voor de beklaagde 49 (Dr. Wall), opgeroepen en betaald door de verdediger, is sterk op de hand van de verdachte en daarom moeten zijn getuigenis en bewijsstuk D.98 Rapport worden verworpen”

Dr. Wall gaf (tijdens een interview in 2001) het volgende commentaar:

“Wij zijn niet partijdig of we nu door het Openbaar Ministerie of door de beklaagde in dienst worden genomen. Onze taak is het om de dingen helder en duidelijk te maken voor het Hof, zodat het Hof tot een geldige beslissing kan komen... Het hele nut van deskundigen bij het Hof is dat het er niet toe doet wie hen in dienst neemt. Wat wij proberen te doen is het Hof helpen om tot de juiste conclusie te komen. In feite zijn we er voor het Hof en het Hof is er voor het vinden van de waarheid.”

“... Als zij (twee deskundigen) het niet eens kunnen worden, kan de rechter bevelen dat er opnieuw onderzoek moet worden gedaan. Als de kloof tussen hen heel breed is, ligt het nog meer voor de hand dat de rechter dan zegt - ik zal het DNA-bewijs in deze zaak helemaal niet aanvaarden. Als de deskundigen het niet eens kunnen worden, weten we niet wiens getuigenis wij moeten aanvaarden en we zullen dan geen van beide accepteren. En dat is de gebruikelijke praktijk.”

Door de Verdediging aangetoonde onsamenhangendheid en wangedrag, zowel als onwettige procedures tijdens het onderzoek, en hoogst dubieuze tegenstrijdigheden in de verschillende verklaringen van de Eisende Partij, zijn allemaal weggewimpeld. In het bijzonder zijn de verklaringen van getuigen voor de beklaagde bijna systematisch verworpen zonder enige motivering (behalve het feit dat ze ten gunste van de beklaagde waren, wat getuigt van gezond verstand bij een getuige voor de verdediging). Dit alles heeft ervoor gezorgd dat de verdachte geen enkele eerlijke kans heeft gekregen om zijn onschuld aan te tonen - wat toch het grondprincipe van het Indiase rechtssysteem is. Kortom, de verdediging is niet in aanmerking genomen.

Mr. Ram Jethmalani and Swami Premananda at the Sessions Court
Meester Ram Jethmalani en Swami
Premananda voor de Sessions Court

Mr. Ram Jethmalani, Eerste Advocaat voor de beklaagde en voormalig Minister van Justitie van India, heeft het volgende verklaard:

“Het Eerbiedwaardige Hof moet zijn geest wapenen tegen het vooroordeel dat is veroorzaakt door de media, door politici en door openbare demonstraties die zelfs nog doorgingen toen het proces al aan de gang was. Het Hof moet eraan denken dat rechterlijke moed deel uitmaakt van rechterlijke integriteit... Hoven zijn er evenzeer om onschuld uit te spreken als om schuldigen te straffen... De getuigen van het Openbaar Ministerie kunnen geen consistent verhaal naar voren brengen. Hun tegenstrijdige verslagen, hun leugens, de dingen die zij hebben weggelaten, hun verbeteringen en tegenstrijdige uitspraken zijn uitvoerig besproken...

Het zou de grootste gerechtelijke dwaling in de geschiedenis van de rechtsvinding zijn als ook maar één van de beklaagden schuldig wordt verklaard aan deze gefingeerde moord, die nooit heeft plaats gevonden.”








6. Het uiteindelijke resultaat en de huidige situatie

De Sessions Court had verklaard dat in dit speciale geval geen herziening van het vonnis of amnestie mogelijk zou zijn. Volgens het Indiase Wetboek van Strafrecht en de Indiase Constitutie heeft geen enkele rechterlijke autoriteit echter de bevoegdheid om een dergelijke uitspraak te doen, maar berust deze bevoegdheid uitsluitend bij de regering zelf. Toch hebben alle hoven deze uitspraak bevestigd. Ongeacht of Swami Premananda schuldig is of niet, dit is een flagrante schending van Mensenrechten. De impliciete betekenis en bedoeling van deze handelwijze is ongetwijfeld dat hij nooit de kans zou mogen krijgen om ooit nog uit de gevangenis te komen..

Momenteel ondergaat Swami Premananda zijn straf in de gevangenis van Cuddalore in Tamil Nadu. Hij lijdt aan verscheidene ernstige lichamelijke kwalen (suikerziekte en daaruit voortkomende blindheid, hoge bloeddruk en een hevige vorm van astma) en hem is een behoorlijke medische behandeling onthouden, hetgeen ook weer een schending van primaire Mensenrechten is.

Al deze feiten doen ons beseffen dat er aan de wens om recht te doen geschieden, zoals door de autoriteiten met betrekking tot dit speciale geval is gesteld, een dieper probleem en een heel andere opzet ten grondslag ligt. Het is echter niet onze bedoeling om in dit stadium dieper op deze kwestie in te gaan.

Wat wij nu wensen is dat zowel Swami Premananda als de andere beklaagden in deze zaak recht wordt gedaan en dat zij op een eerlijke, humane wijze worden behandeld.


 

1 De gegevens van de andere zes beschuldigden zijn:

Swami Kamalananda, Hoofdingenieur en voormalig Secretaris van de Ashram:
Twee maal levenslang achtereenvolgens uit te zitten en een boete.

Dr. Chandradevi Kamalanathan, M.B.B.S., arts van de Ashram:
Twee jaar, 7 maanden en 2 dagen gevangenisstraf (al ondergaan) en een boete.

Mr. Balendran Shanmugam, volgeling en ingenieur:
Levenslang en tien jaar gevangenisstraf en boete. Beide straffen gelijktijdig te ondergaan.

Mr. Nandakumar Somasundaram, Swami Premananda’s broer:
Levenslang en tien jaar gevangenisstraf en boete. Beide straffen gelijktijdig te ondergaan.

Mr. Sathishkumar Sabaratnam, in de Ashram opgevoede wees, studerend voor ingenieursdiploma:
Levenslang en tien jaar gevangenisstraf en boete. Beide straffen gelijktijdig uit te zitten. En één jaar gevangenisstraf (tegelijk met de tien jaar te ondergaan) en een boete.

Mr. Mayilvaganam Pakkirisami, Swami’s bejaarde oom, Ambtenaar van Financiën (Regering van Sri Lanka), overleden in 2001 - Levenslange gevangenisstraf


2 Een 'verklikker' (approver) is iemand die heeft deelgenomen aan een misdrijf en strafvermindering of vrijspraak krijgt van het Hof omdat hij de waarheid vertelt.