DE MOORDZAAK DOOR ELLA COMBE
FYSIOTHERAPEUTE UIT DUITSLAND
Swami Premananda is beschuldigd van moord op een jonge Sri Lankaanse man genaamd Ravi Sithambaranathan in april 1991. De eisende partij beweert dat Ravi een normale man was die in de Ashram woonde en ontdekte dat Swamiji meisjes molesteerde die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Zij zeggen dat hij van plan was om dit openbaar te maken en dat om die reden Swamiji, Swami Kamalananda, Swamiji’s bejaarde oom Mayilvaganam (hij overleed in 2001) en zijn broer Nanda Kumar, Ashram weesjongen Satish Kumar en volgeling Balan, Ravi hebben vermoord.
Hier volgt het ware verhaal door Ella Combé, fysiotherapeute uit Duitsland:

Ella Combé, fysiotherapeute uit
Duitsland
In februari 1990 kwam ik voor langere tijd naar de Ashram om daar dienstbaar te zijn. Ik woonde in een kleine halfronde kudil (rietgedekte hut) naast een Amerikaanse dame, Lora Marsh, aan de hoofdweg van de Ashram. Samen zorgden Lora en ik voor een jonge Sri Lankaan, Kadjan genaamd, die geestesziek was en door zijn vader naar de Ashram was gebracht in de hoop dat hij genezen zou. Zo werd ook de geesteszieke Ravi Sithambaranathan midden 1990 door zijn familie naar de Ashram gebracht.
Hij leed al 15 jaar aan schizofrenie, sinds zijn tienerjaren. Hij was pas ontslagen uit het Angoda State Mental Hospital in Sri Lanka. Bij de rechtszaak werden tevens zijn medische gegevens van het ziekenhuis overlegd, waarin zijn ernstige gestoorde gedrag omschreven stond. Ook werd daarin duidelijk vermeld dat hij zware medicijnen kreeg, namelijk “Haldol”, dit is een medicament voor geesteszieken.
Voor mij als medisch deskundige was het duidelijk dat hij deze medicatie kreeg om hem rustig te houden. In een later stadium werd Ravi zeer agressief en veroorzaakte doorlopend problemen voor de Ashram bewoners en bezoekers. Vanwege zijn stoornis hadden we medelijden met Ravi maar het was onmogelijk om hem te helpen. Hij schreeuwde voortdurend, stelde dwingende eisen, hield zichzelf niet schoon, scheurde zijn kleren aan flarden en gooide ze weg en schuurde zelfs met zijn rug tegen de rotsen, tot de huid stukging en bloedde.
De eisende partij probeerde aan te tonen dat Ravi gezond was, maar iedereen weet dat hij ernstig geestesziek was, zoals bewezen door het certificaat van de Sri Lankaanse staatskliniek voor geesteszieken dat tijdens de rechtszaak is getoond. De eisende partij beweert ook dat Ravi pas twee weken voor hij overleed naar een halfronde kudil was overgebracht. Dit is absoluut niet waar. Ravi was daar vele maanden voor zijn dood naartoe verhuisd. En geloven de eisers nu werkelijk dat de honderden Ashram bewoners, allemaal eerlijke en oprechte spirituele zoekers (inclusief vele buitenlanders), zich stil hadden gehouden als een man was doodgeslagen en stervend achtergelaten in het midden van de Ashram? Wat de eisers hier suggereerden is eerlijk gezegd belachelijk.
In feite was het zo dat Lora en ik voor Ravi gingen zorgen toen hij tegenover mij kwam wonen. Ik nam de verantwoordelijkheid op me voor zijn persoonlijke verzorging. Ik zorgde ervoor dat hij zich baadde, waste zijn kleding en haalde water om zijn kamer schoon te houden. Ik besteedde er veel tijd aan om zijn zelf toegebrachte open wonden schoon te maken. Hij maakte een lelijke diepe wond op zijn arm die voortdurend ernstig geïnfecteerd was. Ik maakte die schoon en gaf hem antibiotica, maar dat spuugde hij uit. Hij had de hebbelijkheid om zijn ontlasting in de pas schoongemaakte wond te smeren. Ik had medelijden met hem omdat zijn familie hem in de steek had gelaten en ik probeerde hem te helpen.
Lang voordat hij overleed, had Swami Kamalananda de ouders van Kadjan en Ravi geschreven om hen te vragen hun zoons terug te halen naar Sri Lanka, aangezien wij niet de juiste zorg konden bieden, omdat zij ernstig geestelijk gestoord waren. De vader van Kadjan kwam enkele maanden later om hem op te halen, maar de familie van Ravi deed dat niet. Ik vertrok naar Duitsland in maart 1991. Korte tijd later ontving ik een brief van de Ashram waarin mij werd medegedeeld dat Ravi was overleden. Daarna schreef de zus van Ravi, Jaya, mij een brief over hem en ik antwoordde haar hoe moeilijk het was om hem te helpen, omdat hij elke hulp weigerde.
Lora bleef in de Ashram en zij was aanwezig toen hij stierf, evenals vele anderen die een verklaring ten gunste van Swamiji hebben afgegeven. Niemand is er getuige van geweest dat Ravi in elkaar werd geslagen en werd opgesloten om te sterven - een incident dat op klaarlichte dag zou hebben plaatsgevonden. Dit is een pertinente leugen. Sterker nog, het is een vergezocht en belachelijk verhaal dat zij hem in het geheim begraven zouden hebben, zoals door de eisende partij wordt beweerd. Ik heb veel mensen ontmoet uit India, Sri Lanka en andere landen, die aanwezig waren bij zijn begrafenis en die hem de laatste eer bewezen hebben op de dag van zijn overlijden.
Zelfs de vrouw van Ambikananthan, die zich tegen Swamiji had gekeerd en tegen hem getuigd had, heeft een verklaring tegen haar eigen echtgenoot afgelegd dat hij liegt. Zij kookte zelf eten voor Ravi en liet het naar hem toe brengen. Zij was degene die zijn lichaam vond in de ochtend van 17 april 1991.
Zo als Lora Marsh schreef in haar beëdigde verklaring die ze opstuurde vanuit de VS, gedateerd 10 juni 1995 en die bij de Rechtbank is gedeponeerd:
“Toen ik Ravi’s lichaam zag lag hij op zijn rug in een slaaphouding, die erop leek te wijzen dat hij rustig en alleen was gestorven, misschien terwijl hij sliep. Ik zag geen bloedvlekken en zijn lichaam vertoonde geen tekenen dat hij zou zijn geslagen. Ik was een van de eersten die Ravi’s lichaam zag.”
Locale dorpshoofden, volgelingen uit Sri Lanka en andere landen en plaatselijke arbeiders hebben getuigd ten gunste van Swamiji. Belangrijke getuigen die aanwezig waren geweest bij Swamiji’s arrestatie (en wiens verklaringen niet door de politie waren afgenomen, om redenen die alleen hen bekend zijn), kwamen en vertelden de waarheid.
Zelf werd ik onderworpen aan een verbeten kruisverhoor van twee dagen door de Openbare Aanklager. Bij de ondervraging door Mr. Jethmanlani, onze advocaat, deed Ambikananthan net alsof hij niet wist wie ik was en zei dat mijn verklaring over mijn zorg voor Ravi een leugen was. Hij kende mij echter heel goed - hij bracht zelfs elke week boodschappen voor mij mee uit Trichy en hielp mij soms met Ravi als die heel lastig was.
Wij zijn allemaal evenzeer beledigd door de Rechtbank en gebrandmerkt als een groep leugenaars die samenspanden om Swamiji te beschermen. Dit zou impliceren dat ik een valse verklaring heb afgegeven, maar ik heb onder ede gezworen dat ik de waarheid zou spreken. Dit zou dus betekenen dat ze mij daarvoor zouden moeten aanklagen en gevangen nemen! De rechter was niet geïnteresseerd in de waarheid en al helemaal niet in wat ik te vertellen had. Zij dicteerde de persoon die mijn antwoorden moest uittypen en kortte deze in, of liet dingen weg die niet in het voordeel van de eisende partij waren.
De getuigen voor Swamiji zijn geen idioten of partijdige getuigen, evenmin zijn zij “wishful thinkers” zoals de Edelachtbare Rechter beweerde, toen zij de Sri Lankaanse rechter Mr. C.V. Vigneshwaran en de voormalige advocaat en directeur van de Bank van Ceylon, Mr.S.K. Ponnambalan beschreef, omdat dezen verklaarden dat zij in Swami geloofden.
Wij zijn intelligente, logische en zorgzame mensen die niet bereid zijn om een moordenaar en verkrachter te steunen in een omvangrijke samenzwering, om hem vrij te krijgen. Swami Premananda is het slachtoffer van een slim maar boosaardig plan. Zij die dit plan steunen bedriegen de gemeenschap en begaan ernstige misdaden. Ik wil de gemeenschap laten weten dat er een grote fout is begaan en dat een rechterlijke dwaling gezorgd heeft dat Swami Premananda en de anderen werden veroordeeld voor moord.
Toch, ondanks dit alles ben ik ervan overtuigd dat de waarheid zal overwinnen en dat de waarheid over deze zaak ooit geopenbaard zal worden.
Ella Combé
